Van noordelijke grens naar Hostage Square: Israël’s hartslag van hoop
- Jesus Saves

- Jan 7
- 4 min read
Updated: Jan 12

In de vorige blog stonden we nog aan de grens met Libanon, met uitzicht op de spanningen daar. Nu was het tijd voor de lange reis naar ons nieuwe hotel in Tel Aviv. Normaal gesproken doe je over die rit zo’n 2,5 uur, maar met een zware, bepantserde bus gaat dat toch een stuk langzamer. Reken maar op een extra half uur.
Het is begin december en in Israël wordt het dan opvallend vroeg en snel donker. Tijdens een noodzakelijke tussenstop loop ik een beetje verdwaald rond over een daarom al donkere parkeerplaats bij een tankstation. Tot mijn grote verbazing zie ik ineens recht voor me een drukbezochte mobiele gebedsruimte voor moslims, netjes ingericht met een bordje “Chapel of Muslims”. Only in Israel, een land waar zoveel verschillende werelden naast elkaar bestaan, soms op de meest onverwachte plekken.

Van het stille, gespannen noorden naar het bruisende Tel Aviv: deze blog neemt je mee naar het hart van de stad en vooral naar een plek dat mij diep raakte: Hostage Square.
We komen er in de avond aan maar ook dan bruist Tel Aviv van het leven: de promenade langs het strand, de hoge gebouwen die opgaan in de blauwe Middellandse Zee, de mensen die ondanks alles doorgaan. Na een korte verfrissende duik in de zee, samen met een goede vriend, besluit ik desondanks vroeg naar bed te gaan, we hebben morgen weer een lange dag.

Na een wat onrustige nacht sta ik in alle vroegte op. We hebben vandaag een drukke agenda dat ons uiteindelijk zal brengen naar Hebron, een stad dat grotendeels onder bestuur van de Palestijnse Autoriteit valt. Maar daarover later meer, nu eerst Hostage Square.
Onze busschauffeur loodst de bus behendig door de smalle straten richting het Tel Aviv Museum of Art. Voor dat museum ligt een groot plein dat sinds 7 oktober 2023 een nieuwe pijnlijke naam draagt: Kikar HaChatufim oftewel Hostage Square.
Begin december 2025 is de situatie sterk veranderd ten opzichte van begin dat jaar. Door een reeks overeenkomsten en militaire operaties zijn bijna alle gijzelaars thuisgekomen. De enorme protesten, de massa’s mensen, het grote podium met livemuziek, dat alles is voorbij. Wat overblijft is een ingetogen, maar nog steeds krachtige herinnering. Het plein is kleiner geworden. Veel installaties zijn weggehaald, maar de kern blijft: muren en banners vol portretten van de teruggekeerden en de gevallenen, vaak omlijst met rode hartjes. Gele linten hangen aan hekken en bomen, Israëlische vlaggen wapperen zachtjes in de wind, en overal banners met “Bring Them Home”.
Op het moment van ons bezoek gaat het nog vooral om de laatste gevallen gijzelaars wier lichamen nog niet waren teruggebracht, een pijnlijke herinnering dat het leed nog niet voorbij is. We zien tentjes met informatie, stoelen in kleine cirkels waar families en vrijwilligers nog steeds bijeenkomen.
Ik blijf staan bij een van de lange rijen met foto’s. Honderden gezichten kijken me aan: jonge soldaten met een brede lach, vrouwen met kinderen op de arm, een oudere man met een vrolijke twinkeling in zijn ogen. Elk portret had een naam, een leeftijd, vaak een rood hartje erbij. Sommige foto’s waren versierd met handgeschreven briefjes: “We miss you every day” of in het Hebreeuws “אנחנו מחכים לך”, we wachten op je.
Mijn oog valt op een foto van een jonge vrouw, misschien begin twintig, met lang bruin haar en een stralende glimlach. Naast haar portret hing een klein geel lintje dat zachtjes bewoog in de wind. Ik dacht aan hoe haar familie hier maandenlang had gestaan, elke zaterdagavond, in de regen of in de hitte, met kaarsen en liederen. Nu, eind 2025, is zij (net als de meeste anderen) thuis of is haar lichaam teruggebracht voor een waardig afscheid. De gedachte alleen al knijpt mijn keel dicht.
Een groot kunstwerk met de tekst “תקווה” (hoop) in felle kleuren staat centraal. Er is een podium dat nu veel kleiner is, maar nog steeds gebruikt wordt voor herdenkingsmomenten. Het raakt ons om hier te staan. Dit plein was maandenlang het kloppende hart van een volk in nood: elke zaterdagavond vulde het zich met tienduizenden mensen die baden, zongen en eisten dat hun geliefden thuiskwamen.
Nu is het rustiger, maar de boodschap is onveranderd: nooit vergeten, altijd samen.
Terwijl de zon opkomt boven de skyline van Tel Aviv kijk ik naar achteren en zie een flatgebouw waar de inslag van een raket nog altijd goed te zien is. Ik maak er een foto van en als we wegrijden van de andere kant nog één.
Israël heeft ongelooflijk veel geleden, maar de geest is niet gebroken. Hostage Square is niet alleen een plek van verdriet, maar bovenal van volharding, eenheid en hoop. Het lijkt wel een hartslag van het Joodse volk: hier strijdt men tot het uiterste voor het leven en lichamen van haar bevolking. Van hieruit gaat onze reis verder zuidwaarts naar een hele andere wereld: Hebron, in het hart van het bijbelse Judea. Maar daarover lees je in de volgende blog meer.
Shalom vanuit Tel Aviv.

















Comments