Hebron deel 2 - De Grot der Patriarchen, eeuwen van belofte onder massieve stenen
- Jesus Saves

- 1 day ago
- 5 min read
Nadat we in het eerste deel van ons bezoek aan Hebron stil stonden bij Beit Hadassah en het bloedbad in 1929 gaan we nu verder naar Ma'arat HaMachpela, oftwel de wereldberoemde Grot der Patriarchen.
De route naar de Machpela toe voelt bizar aan. We bevinden ons midden in door de Palestijnse Autoriteiten gecontroleerd gebied: straten, huizen, winkels, alles ademt een andere realiteit.
Er loopt echter een corridor langs de stad onder strenge bewaking van Israël. Israëlische soldaten staan hier op elke hoek, hun aanwezigheid zeer alert. Hier en daar een militaire post, hekken en soldaten die elke passant checken. De lucht is zwaar, dit is Hebron: plek van wortels én diepe confrontatie.

De militaire eenheid (Paratroopers) verantwoordelijk voor de bewaking van de corridor.
Direct aan deze corridor wonen circa 800 Joden. Nadat de Joodse gemeenschap in 1929 werd verdreven zijn ze sinds 1967 (toen Israel de controle kreeg over Judea en Samaria) terug gekomen. Ze hebben huizen betrokken in wat ooit het hart van de Joodse wijk was, maar nu liggen die huizen ingebed in een wirwar van Arabische straten, buurten én omringd door ruim 200.000 Arabieren.
Aan deze zwaar bewaakte straat hangen overal Israëlische vlaggen: aan stokken, lijnen, ramen en op daken. De vlaggen zijn geen versiering maar een verklaring: wij zijn hier. Ondanks eeuwen van ballingschap, verboden, bloed en verdrijving.

Wat me ontzettend opvalt is de spanning. Je voelt het letterlijk in de lucht hangen en aan beide zijden van de straat horen we continue door luidsprekers de harde arabische oproepen tot gebed. Op het moment dat we Hebron bezoeken is er geen moment van stilte, van rust van de luidsprekers.
We komen langs een gedenkplaat ter nagedachtenis aan Gadi en Dina Levi. Dit jonge stel was zwanger van hun eerste kind toen ze op 17 mei 2003 werden vermoord door een Arabische terrorist. De dader droeg een bomgordel en blies zichzelf op terwijl zij op weg waren naar gebed bij de nabijgelegen Grot der Patriarchen. De aanslag vond plaats op een rustige Shabbatmiddag, een bom eigenlijk bedoeld om tientallen spelende kinderen te doden.

Terwijl ik daar sta, moet ik denken aan nog een andere gruwelijke aanslag hier in dezelfde buurt: de moord op Shalhevet Pass, een baby van slechts tien maanden oud. Op 26 maart 2001 werd zij door een Arabische sluipschutter in het hoofd geschoten, terwijl haar ouders haar vasthielden. Deze aanslag schokte de Israëlische samenleving diep, mede doordat de rechtbank en onderzoeken vaststelden dat de sluipschutter opzettelijk mikte op het kleine kind. Deze gebeurtenissen, zo dicht bij elkaar in tijd en plaats, zullen mij voor altijd bijblijven.
In Hebron, waar geschiedenis, geloof en conflict zo intens samenkomen, voel je de zwaarte van deze dieptrieste verhalen. En toch lopen we hier, stap voor stap, richting de massieve stenen muren die al tweeduizend jaar boven de grot van Machpela uit torenen.
De Grot der Patriarchen
En dan zijn we aangekomen bij de plaats van bestemming. Een enorm, rechthoekig bouwwerk van massieve stenen, precies hetzelfde type als bij de bekende Klaagmuur in Jeruzalem. De muren zijn metersdik, blokken van soms wel 7 meter lang, zonder cement, puur gestapeld.

Dit is geen gewoon gebouw: dit is de enige volledig intact gebleven Herodiaanse constructie ter wereld gebouwd rond 20 voor Christus door de bekende Hasmonese koning Herodus de Grote.
In de Bijbel begint het verhaal al veel eerder. Genesis 23 vertelt hoe Sara sterft op 127-jarige leeftijd in Kirjat-Arba (Hebron). Abraham rouwt en koopt dan de grot van Machpela van Efron de Hethiet. Niet zomaar een stukje grond, hij betaalt de volle prijs, 400 sjekel zilver, in het bijzijn van getuigen. Het is de eerste legale aankoop van Joods eigendom in het Beloofde Land. Geen verovering, maar een koopakte.
Abraham begraaft Sara daar. Later volgen Abraham zelf, Isaak en Rebekka, Jakob en Lea. Dit is de eerste en oudste Joodse begraafplaats: het familiegraf van de aartsvaders en -moeders. Voor het Joodse volk betekent dit alles: hier ligt hun belofte begraven. Het land is niet alleen gegeven, het is gekocht, betaald, en met doden bezegeld. Het is de eerste stap in de eeuwige verbinding met dit stukje aarde.
Eeuwenlang was de grot openbaar toegankelijk, een pelgrimsplek. Maar rond de 1e eeuw voor Christus besluit Herodus, dezelfde koning die de Tweede Tempel uitbreidde een monumentaal bouwwerk erboven te zetten. Geen tempel, maar een omheining: een grote rechthoek van dikke muren, in typische Herodiaanse stijl. De stenen zijn enorm, glad afgewerkt, met die kenmerkende randen die je ook op de Tempelberg ziet. Het is de enige Herodiaanse structuur die vrijwel onveranderd 2000 jaar heeft overleefd: door aardbevingen, oorlogen en veroveringen heen.
Na Herodus kwam de Byzantijnse periode: christenen bouwden er een basiliek in het zuidoosten. In de 7e eeuw veroverden moslims het gebied en de basiliek werd omgebouwd tot moskee (de Ibrahimi-moskee). Kruisvaarders namen het in 1099 weer over, bouwden er een kerk van, maar na Saladin (1187) werd het definitief een moskee. Van 1267 tot 1967 mochten Joden de grot niet meer betreden. Pas na de Zesdaagse Oorlog in 1967 werd het complex heropend.
De binnenkant is een ruimte waar geschiedenis en geloof diep verweven, voelbaar en tastbaar zijn. In het enorme Herodiaanse gebouw heerst een intense gebedsatmosfeer. Mannen staan bij lessenaars met gebedenboeken, wiegend en mompelend in gebed. De ruimte heeft hoge stenen kolommen, bogen en muren met Hebreeuwse plaquettes en teksten, zoals piyyutim (religieuze gedichten) in sierlijke letters. De lucht is gevuld met gefluisterde psalmen en een diep gevoel van nabijheid tot de Aartsvaders.
Door de groene ijzeren tralies kijk je naar de cenotafen (de symbolische tombes van de aartsvaders). Ze zijn bedekt met doeken en aan de tralies hangen bordjes in Hebreeuws en Engels met bijvoorbeeld "Tombe Monument van de Aartsvader Abraham".
De daadwerkelijke plek waar Abraham, Sara, Isaak, Rebekka, Jakob en Lea begraven liggen is diep ondergronds. Logischerwijs kunnen wij daar niet komen maar enkel de foto’s van de ingang naar deze plek geven mij al een gevoel van diep historisch besef en hoe Bijbel en werkelijkheid samenkomen op deze plek.

Terwijl ik daar sta, denk ik: Abraham kocht dit veld omdat hij geloofde in een belofte die verder reikte dan zijn leven. En hier, circa 3800 jaar later, bidden mensen nog steeds boven de graven van hem en zijn familie: de Aartsvaders. De levenden boven, de doden onder. De eeuwige Joodse verbinding met het land, wat begon met de eerste legale aankoop in het Beloofde Land, duurt voort.
We gaan verder, veilig in onze bepantserde bus en bewaking op weg naar Susiya: de ruïnes van een bloeiend Joods dorp uit de Late Romeinse en Byzantijnse periode.
























Comments