top of page

Hebron deel 1 - Eeuwen in Hebron: Abraham, David en de Tragedie van 1929

  • Writer: Jesus Saves
    Jesus Saves
  • Jan 12
  • 5 min read

We rijden vanuit Tel Aviv naar Hebron (het Bijbelse Kirjat-Arba), een van de oudste continu bewoonde steden in het Midden-Oosten. Al sinds het prille begin van de metaaltijden (ca. 4500-3500 voor Christus) wonen daar mensen en in de Amarnabrieven (14e eeuw voor Christus) wordt de stad genoemd als Kanaänitische stadstaat onder Egyptisch bestuur.


Op weg naar Hebron komen we door de Vallei van Ela (ook wel Terebintendal genoemd). Deze brede, vruchtbare vallei in de Shephelah, de heuvelachtige overgangszone tussen kustvlakte en Judeese bergen, was eeuwenlang een strategische corridor naar steden als Bethlehem, Jeruzalem en Hebron. Zonder dat de meeste mensen het weten is dit een wereldberoemde plek.


deel van de Vallei van Ela
deel van de Vallei van Ela

Hier, zo’n drieduizend jaar geleden, vond namelijk het beroemde duel plaats tussen de jonge herder David en de reusachtige Filistijnse kampioen Goliath (1 Samuël 17). Terwijl de legers tegenover elkaar stonden op de heuvels aan weerszijden van de vallei, daalde David af met slechts vijf gladde stenen uit de droge beekbedding, een slinger en een onwrikbaar vertrouwen in God. Met één welgemikte worp velde hij de hooghartige reus en zo trad David voor eeuwig in de illustere boeken van de geschiedenis.


Vandaag de dag is de vallei een rustig landschap met akkers, oude bomen, grotten en archeologische resten (zoals Tel Azekah en Khirbet Qeiyafa), maar de echo van dat Bijbelse verhaal is er nog altijd. Een kort, maar krachtig stukje geschiedenis op de route! Om eerlijk te zijn had ik hier persoonlijk graag nog vele uren willen rondzwerven.


Hebron

De Joodse geschiedenis in Hebron begint volgens de Bijbel met aartsvader Abraham, die zich er vestigde en de Grot der Aartsvaders (Machpela) kocht als grafplaats voor Sara (Genesis 23). Als je er over nadenkt was dit in de praktijk de eerste legale verwerving van grond in het Beloofde Land door het Joodse volk.


Abraham, Isaak, Jakob en hun vrouwen Sara, Rebekka en Lea zijn vervolgens allemaal daar begraven. De grot is na de Tempelberg de heiligste plek in het jodendom en de plaats Hebron wordt ruim 87 keer in de Bijbel genoemd.


Het was de koninklijke stad van koning Hoham in Kanaän, een van de zes vrijsteden (Jozua 20:7), toegewezen aan Kaleb uit stam Juda die haar veroverde (Jozua 14:13-14, Rechters 1). Koning David werd er tot koning over Juda gezalfd en regeerde er zeven jaar voor hij naar Jeruzalem trok (2 Samuël 2).


De vele archeologische onderzoeken in en rond Hebron tonen een continue Joodse bewoning:

  • ontdekking van meerdere (13) LMLK-(konings)zegels. De letters LMLK (למלך) bestaan uit de Hebreeuwse letters lamed (ל), mem (מ), lamed (ל), kaph (ך). Ze worden uitgesproken als LaMeLeKh en betekenen "toebehorend aan de koning/regering van Israel";

    een LMLK zegel, gevonden in Hebron, nu in het Israel Museum in Jeruzalem. Bron
    een LMLK zegel, gevonden in Hebron, nu in het Israel Museum in Jeruzalem. Bron
  • resten en funderingen van grote gebouwen uit de tijd van koning Hizkia, wat duidt op een in die tijd belangrijk Judese administratief centrum;

  • mikwes, wijn- en olijvenpersen en andere sporen van Joods ritueel leven tot ver in de Romeinse tijd. Deze sporen laten een verloop van culturele bewoning en ontwikkeling zien, sterk vergelijkbaar met de chronologie van Jeruzalem.


Ook na de verwoestingen in de Joods-Romeinse oorlogen bleven er door de eeuwen heen vele Joodse mensen wonen.

Onder Byzantijns, Arabisch, Mamluks en Ottomaans bestuur: er was altijd een kleine gemeenschap (vaak 400-700 personen, Sefardisch en Asjkenazisch), met synagogen zoals de Abraham Avinu-synagoge (circa 1540). Pelgrims bezochten de grot, al was toegang vanaf de 13e-14e eeuw vaak verboden door de Ottomanen. In de 19e eeuw groeide de gemeenschap tot om en nabij 1.000 Joden.


Dit eindigde abrupt met het bloedbad van Hebron in 1929, waarbij vele Joden werden vermoord en de overlevenden door de Britten werden geëvacueerd. Precies bij deze gebeurtenis staan we stil in deel 1 van ons bezoek: we gaan naar Beit Hadassah.


Beit Hadassah Het gebouw dateert uit 1893 en werd opgericht door de Joodse gemeenschap uit Hebron. Het fungeerde als medische kliniek en hulpcentrum voor armen, genaamd Chesed LeAvraham (‘Vriendelijkheid van Abraham’). Later nam de Hadassah-organisatie het over en bood gratis zorg aan Joden én Arabieren: vandaar de huidige naam. Na het bloedbad van 1929 werd het verlaten. Tijdens de Jordaanse bezetting (1948-1967) diende het als Arabische school en mochten Joden de stad niet meer in. Het museum in Beit Hadassah herdenkt de lange Joodse geschiedenis. Dit gebouw, van buiten zwaar bewaakt door Israelische Paratroepers, is van binnen schitterend gedecoreerd.


De expositie omvat vijf kamers met een doorlopende tijdlijn vanaf de Bijbelse periode (Abraham), via de Tempelperiodes en Middeleeuwen, tot de gemeenschap onder islamitisch en Ottomaans bestuur, de tragedie van 1929 en de herleving van het Joodse leven in Hebron vanaf 1967/1979. Elke kamer heeft artefacten, omschrijvingen, foto’s én een korte film die de geschiedenis tot leven brengt. Een indrukwekkend en ontroerend bezoek dat de diepe wortels en veerkracht van de Joodse band met Hebron laat zien.


Het bloedbad van 1929

Maar in dit museum dus ook aandacht voor het bloedbad van Hebron in 1929. Deze trieste slachtpartij vond plaats op 23-24 augustus, te midden van bredere Arabische rellen. Geruchten, verspreid door ondermeer de grootmoefti al-Husseini, dat Joden de Al-Aqsa-moskee wilden aanvallen en moslims in Jeruzalem 'zouden vermoorden', zetten een woedende Arabische menigte aan tot geweld.


Op vrijdagavond begonnen kleine aanvallen, maar op sjabbat 24 augustus escaleerde het tot een brute slachtpartij. Duizenden Arabieren, gewapend met bijlen, messen, knuppels en zwaarden, trokken schreeuwend “Dood de Joden!” door de Joodse wijk. Ze braken huizen binnen, plunderden, verkrachtten, martelden en vermoordden weerloos Joden: mannen, vrouwen en kinderen. Synagogen werden ontheiligd: Torah-rollen werden verscheurd, vertrapt en in brand gestoken, heilige boeken verbrand.


Op de foto's in het museum zien we de nasleep tot in grimmig detail.

  • Vernielde Torah-rollen, besmeurd en vertrapt door relschoppers (“Torah scrolls desecrated by Arab rioters”);

  • Verwoeste interieurs van huizen en synagogen, met omvergeworpen meubels, kapotte trapleuningen en bloedsporen;

  • De met bloed besmeurde treden naar het huis van Eliezer Dan Slonim (“Steps leading to the home of Eliezer Dan Slonim”), waar tientallen Joden schuilden. Slonim, een gerespecteerd bankier en gemeenteraadslid met goede banden met Arabieren, weigerde yeshiva-studenten uit te leveren. De menigte drong binnen en vermoordde 23 mensen, waaronder zijn vrouw Hanna, hun zoontje Aharon, schoonouders en anderen. Alleen zijn 1-jarige zoon Shlomo overleefde. Hij werd gewond onder de lijken van zijn familie gevonden;



  • Foto's van verminkte slachtoffers en portretten van vermoorde gemeenschapsleden (rabbijnen, apotheker, yeshiva-studenten, vrouwen, kinderen) die nu in nissen in de muur zijn geplaatst als eeuwige herinnering.



  • De verwoeste Beit Hadassah-kliniek (“The Beit Hadassah Clinic”), waar gratis zorg aan Joden én Arabieren werd gegeven. De apotheek werd geplunderd, medische apparatuur vernield en de synagoge op de bovenverdieping in brand gestoken;


  • Ook andere synagoges, zoals de Avraham Avinu synagoge, gingen in vlammen op en werden de jaren later zelfs gebruikt als dierenstal en openbare toilet. Joodse begraafplaatsen werd vernietigd;



In totaal vielen 67 Joodse dodelijke slachtoffers, velen gemarteld of verminkt. Vele tientallen bewoners raakten zwaar gewond en de hele Joodse gemeenschap verloor haar onschuld. De Britse politie (slechts één officier in Hebron) kon amper ingrijpen, sommigen agenten sloten zich zelfs aan bij de relschoppers. Overlevenden werden door de Britten geëvacueerd naar Jeruzalem.


En zo eindigde de eeuwenoude Joodse aanwezigheid in Hebron abrupt, door toedoen van leugens en geweld.


Deze foto's in Beit Hadassah vertellen het verhaal van haat en verraad. Ze herinneren aan de fragiliteit van “co-existentie” en de diepe littekens van de Joodse gemeenschap. Tegelijkertijd laat het ook iets zien van de diepe, diepe verbintenis dat het Joodse volk heeft met deze historische stad Hebron.


Iets om te onthouden voor een volgende keer als je in het nieuws of social media wederom eenzijdig nieuws over Israel, het Joodse volk of zelfs Hebron hoort.



Volgende blog gaan we naar de Grot van de Patriarchen in Hebron.


Comments


bottom of page