top of page

De zeven Bijbelse feesten
bedoeling en vervulling

Weinig mensen realiseren zich dat de zeven ‘Feesten van de HEERE’ uit het Oude Testament niet alleen Joodse feestdagen zijn, maar ook een opmerkelijke ‘blauwdruk’ vormen van Gods heilsplan. Deze feesten, die rechtstreeks door God zijn ingesteld, wijzen op een diepere laag: ze laten stap voor stap zien hoe God de mensheid verlost – van de komst, het offer en de opstanding van Jezus Christus tot en met de oprichting van Zijn toekomstige Koninkrijk.
 

De zeven feesten zijn (in Bijbelse volgorde):

​

  1. Pesach (Pasen)

  2. Het Feest van de Ongezuurde Broden (Chag HaMatzot)

  3. Het Feest van de Eerstelingen (Yom HaBikkurim)

  4. Het Wekenfeest / Pinksteren (Shavuot)

  5. Het Feest van de Bazuinen (Yom Teroea – later Rosj Hasjana genoemd)

  6. De Grote Verzoendag (Yom Kippoer)

  7. Het Loofhuttenfeest (Soekot)


Deze feesten zijn door de HEER zelf ingesteld, zoals beschreven in de Thora (de eerste vijf boeken in onze Bijbel): 'Spreek tot de Israëlieten en zeg tegen hen: Dit zijn de vastgestelde feesten van de HEERE, die u als heilige samenkomsten moet uitroepen. Dit zijn Mijn vastgestelde feesten.'
- Leviticus 23:2

 

In de eerste eeuwen van het christendom vierden veel gelovigen (ook de niet-Joodse) deze Bijbelse feesten nog gewoon mee. Vanaf de vierde eeuw echter, toen het christendom steeds meer loskwam van zijn Joodse wortels, werden deze feesten geleidelijk aan vervangen door nieuwe christelijke vieringen zoals Kerst, Pasen in zijn huidige vorm, biddag en dankdag. Vandaag de dag worden de Bijbelse feesten vooral nog als “typisch Joods” gezien.

 

Toch blijft de vraag relevant: wat betekenen deze feesten voor christenen vandaag?

​

De apostel Paulus geeft daar een duidelijk antwoord op. Hij begreep als geen ander dat deze Bijbelse feesten voortekenen zijn van Gods plan met deze wereld. Paulus schrijft in Colossenzen dat deze feesten en praktijken voortekenen zijn van de toekomst, dus niet een definitie of herinnering van dingen die al gebeurd zijn:


‘Laat u dus door niemand bekritiseren over wat u eet of drinkt. Of met betrekking tot de feestdagen of Rosj Chodesj (de eerste dag van iedere maand) of de Sjabbat (rustdag). Dit soort dingen zijn immers maar tijdelijk. Zij zijn slechts een schaduw van toekomstige zaken. Maar ons lichaam behoort aan Christus toe.’
- Colossenzen 2:16-17

​

Paulus zegt dus niet dat de feesten alleen maar naar het verleden wijzen (hoewel de eerste vier feesten dat ook doen), maar vooral dat ze een profetisch patroon vormen van toekomstige gebeurtenissen in Gods plan. De volgorde, de timing en de symboliek van deze zeven feesten vormen samen een samenhangend verhaal van verlossing: van het kruisoffer van Jezus tot en met de voleinding van het Messiaanse vrederijk.

 

Oppervlakkig gezien lijken de feesten sterk verbonden met de Israëlische landbouwcyclus: oogst van gerst, tarwe, vruchten, het einde van het oogstjaar, enzovoort. Dat is logisch, want toen God ze instelde leefde Israël van de landbouw. Maar onder die agrarische laag ligt een messiaanse laag: elk feest geeft in volgorde en op het juiste moment een voorafschaduwing van een cruciaal moment in het leven, het offer, de opstanding en de wederkomst van Jezus Christus.

​

Kortom: de Bijbelse feesten zijn veel meer dan oude rituelen. Ze zijn een door God gegeven kalender die zowel terugkijkt naar wat Hij al deed in Christus als vooruitwijst naar wat Hij nog zal doen tot alles voltooid is.

Pasen / Pesach
Het woord Pesach stamt af van het Hebreeuwse woord ‘Pasach’ wat overslaan betekent. De Aramese benaming voor Pesach is Pascha wat in het Grieks zoveel betekent als lijden. Pascha op zijn beurt is in het Hebreeuws weer de Joodse benaming voor het christelijke paasfeest zoals wij dat kennen.

Tijdens de viering van Pesach wordt stil gestaan bij de uittocht uit Egypte, toen de deurposten werden bestreken met het bloed van een zondeloos lam. Dit zodat de Doodsengel de betreffende huizen zou voorbijgaan. Jezus Christus is het zondeloos lam Gods. Zijn bloed werd vergoten voor onze zonden, opdat de toorn van God voorbij zal gaan aan een ieder die zijn vertrouwen op Jezus stelt. Deze feestdag herinnert ons aan de noodzaak om het bloed van Jezus over de deurposten van ons hart te strijken. Jezus stierf op de joodse feestdag Pesach.

Het feest van de ongezuurde broden / Matsot
Het Zevendaagse feest van het ongezuurde brood begint de dag na Pesach. Dit was de dag dat Jezus' lichaam in het graf werd geplaatst. Gezuurd brood wordt in de Bijbel gezien als een symbool van zonde, verval, degeneratie en dood. Met de uittocht uit Egypte werd een nieuwe fase ingegaan, een fase van bevrijding en nieuw leven en het ongezuurde brood staat hiervoor symbool. Voor ons Christenen is de diepere betekenis bevrijding uit de slavernij van de zonde (op Pesach) door het offer van Jezus aan het kruis, zie bijvoorbeeld: ‘Gooi de oude gist weg, anders bent u geen vers deeg. Er hoort bij u geen gist te zijn omdat Christus, ons Paaslam, geofferd is.’ -  1 Corinthiërs 5:7

Het niet eten van 'gegist brood' staat dan symbool voor het niet toelaten van zonden in het lichaam en de bevrijding van zonde door Jezus, die ons brood des levens is. Je zou het kunnen zien als een week waarin je extra stilstaat bij Jezus' offer en bij je persoonlijke doop. Je wilt je lichaam als tempel van de Heilige Geest wederom laten reinigen van zonde. In de week van de ongezuurde borden valt ook het Eerstelingenfeest, waarbij wordt stil gestaan bij de opstanding van Jezus uit de dood en hoe Jezus als Eersteling aan God werd gepresenteerd.

Feest van de Eerstelingen (Jom Bikkurim)
Bikkurim stamt af van het Hebreeuwse woord: ‘Bekhor’ en betekent: eerstgeborene. Het is van origine een feest in het teken van de eerste schoof aan het begin van de gersteoogst. Het is een dag dat de eersteling / eerstgeborene van de oogst aan de HEER word opgedragen (zie: Leviticus 23:9-14). Het is een dag van dankzegging voor Gods voorziening. Op de dag van Jom Bikkurim verrees Jezus uit de dood, als eersteling van de oogst in Gods reddingsplan uit de dood opgestaan. Jezus wordt in de Bijbel vaker omschreven als de eerste, bijvoorbeeld:

‘De eerstgeborene uit Myriam/Maria’ - Mattheüs 1:23-25
‘De eerste zoon van God de Vader’ - Hebreeën 1:6
‘De eerstgeborene van elke creatie’ - Colossenzen 1:15 / Openbaring 3:14
‘De eerste opgestaan uit de dood’ – Openbaring 1:5 / 1 Korinthe 15:20,23
‘De eerste (en belangrijkste) van velen’ - Romeinen 8:29
‘Jezus is in alles de eerste’ - Colossenzen 1:18

Wekenfeest / Pinksteren (Shavoeot)
God zei de Israëlieten dat ze na de eerstelingenoogst zeven weken moesten tellen en op de dag na deze zeven weken het vierde Bijbelse feest moesten vieren, het Wekenfeest. Dit valt precies op de 50ste dag na Pesach. Op deze dag wordt gevierd en stilgestaan bij het ontvangen van de Thora en het woord van God geschreven op steen.

De Bijbel vertelt ons dat Jezus na Zijn opstanding nog veertig dagen op aarde leefde. Hij zei Zijn discipelen om te blijven wachten in Jeruzalem en dat Hij Zijn Heilige Geest zou zenden. Tien dagen na de hemelvaart van Jezus daalde de Heilige Geest neer op de gelovigen (Pinksteren, van het Griekse Pentekostos = vijftigste), op exact dezelfde dag dat het Shavoeot begon (40 + 10 = 50 dagen). Het was de dag dat het woord niet langer werd geschreven op de tafels van steen, maar in de harten van vlees.

Dag van de Bazuinen (Jom Teruah / Rosj Hasjana)
De Bijbel zegt ons om op de eerste dag van de zevende maand Tisri de heilige dag van Jom Teruah te vieren. Deze dag, wat vrij ‘dag van de bazuin’ betekent (Leviticus 23:23-25) is een dag van rust waar werken verboden is. Het bijzondere aan deze dag is dat de Thora ons niet expliciet vermeld wat de bedoeling van deze dag is. Toch geeft de naam van de dag ons een indicatie. Letterlijk betekenen de woorden Jom Teruah: ‘dag van het geluid’. Dit geluid kan worden omschreven als het geluid van een bazuin, maar ook van een grote menigte, zoals bijvoorbeeld: ‘Wanneer zij dan een lang, hard geschal laten horen, moet het hele volk hard juichen, waarna de muren van de stad zullen instorten.’ - Jozua 6:5

De naam kan ook wijzen op een dag van gebed, vreugde en verwondering, zoals beschreven in:
‘Klap in uw handen, alle volken ter aarde; juich voor God met lofliederen.’ - Psalm 47:2
‘Een psalm, een lied voor de koordirigent. Laat de hele aarde God lof toezingen.’ - Psalm 66:1
‘Jubel over God, Hij is onze kracht. Loof en prijs de God van Jakob.’ - Psalm 81:2
‘Een psalm bij het lofoffer. Laat de hele aarde voor de HERE jubelen.’ - Psalm 100:1

De Sjofar is de bazuin die geassocieerd wordt met dit feest. Het werd voornamelijk gebruikt om het volk van Israël te verzamelen voor Gods aanwezigheid en om alarm af te kondigen in tijden van oorlog. De profeten in de Bijbel spreken over deze dag tevens als de ‘dag des HERE’. Dat zal de dag zijn dat de HEER zelf zal ingrijpen op deze aarde. Twee thema’s worden geassocieerd met deze dag: verlossing van de rechtvaardigen en het oordeel over de kwaden.

In 1 Thessalonisenzen 4:16 staat geschreven:
‘Want als het bevel klinkt, als één van de voornaamste engelen zijn stem laat horen en de trompet van God schalt, zal de HEER Zelf uit de hemel neerdalen.’

De Dag van de Bazuin beschrijft dus de komst van de HEER naar deze wereld.

Grote verzoendag (Jom Kippoer)
Op Jom Kippoer betrad de hogepriester het Heilige der Heilige onder boetedoening voor de zonden van het gehele volk van Israël. Naast dat het een hele mooie voorbode is voor wat komen zou in de vorm van de geboorte, kruisiging en het verzoenend bloedoffer van Jezus, zal dit in de toekomst de dag worden dat Israël en met haar de wereld in aanbidding zal vallen voor het Lam van God, bij Zijn terugkomst op aarde.
Voor meer over de huidige Joodse feestdag Jom Kippoer en Jezus zie het artikel:
Jezus, de vervulling van Jom Kippoer

Loofhuttenfeest (Soekot)
Soekot is een zevendaags feest ter ere van God. ‘Soekot’ is meervoud van het Hebreeuwse woord ‘soeka’, wat hut / tent betekent. Deze dagen wordt gedacht aan de veertig jaar dat het volk van Israël door de ruige sinaï-woestijn trok en waarin God Zijn volk van voedsel en water voorzag op plekken waar een mens amper kan overleven, laat staan een heel volk. Deze veertig jaar waren zowel ingesteld als tuchtiging als om de stammen van Israël te smeden tot 1 volk met aanbidding voor de enige God: de God van Abraham, Izaäk en Jacob (Israël). Maar het belangrijkste element van dit feest is wel dat het wordt gevierd als een oogstfeest. In de Bijbelse profetische woorden spreekt men over deze dagen als de toekomstige ‘verzameling of oogst van zielen’.

Dit zijn ook de dagen waarin de laatste fasen van Gods grote plan worden uitgebeeld: nadat Jezus tijdens Pesach voor onze zonden stierf; Hij ons op Shavoeot de heilige Geest toezond; na Zijn komende wederkomst op Jom Teruah ons op Jom Kippoer zal verzoenen met de HEER, zijn wij klaar voor die laatste reeks van gebeurtenissen: de bruiloft van het Lam, het volledig vervullen van het Nieuwe Verbond, het oprichten van het Koninkrijk van God op aarde en het binnenhalen van de grote geestelijke oogst van mensen.

Het Loofhuttenfeest wordt afgesloten met Sjemini Atseret.

De laatste grote dag
Dit is de zevende dag in de zevende maand en het is de laatste feestdag van het jaar. Het is de dag welke direct volgt op het Loofhuttenfeest. Bijbels gezien symboliseert het getal zeven perfectie. Het is tevens de achtste dag van het Loofhuttenfeest (het slotfeest: Sjemini Atseret) en het Hebreeuwse woord voor acht is volheid. Dit impliceert een voltooiing en verwijst naar opstanding en regeneratie. Tevens kunnen we het zien als het begin van iets nieuws, net zoals de achtste dag de dag na sjabbat (de rustdag) is en een nieuwe week inhoudt.

De daaropvolgende dag wordt het Simchat Thora genoemd, wat Vreugde der Wet betekent. Op Simchat Thora is de jaarlijkse lezing van de gehele Thora compleet en wordt een nieuw jaar, een nieuwe periode ingeluid. Omdat Jezus Christus de Thora Ha-Emet (de ware Thora) is zouden ook (of juist) wij Christenen dit feest van de Vreugde der Wet mogen vieren. Jezus kwam tenslotte niet om de Thora teniet te doen, maar om hem te vervullen:
‘Denk niet dat Ik ben gekomen om de wetten van Mozes en de woorden van de profeten opzij te schuiven. Ik ben juist gekomen om er de volle betekenis aan te geven. Ik zeg u met nadruk: Tot de hemelen en de aarde vergaan, zal nog geen letter van de wet afgedaan hebben. Alles moet eerst volbracht zijn. Wie tegen de mensen zegt dat het niet zo nauw luistert (en zelfs maar het kleinste gebod afschaft) zal de kleinste zijn in het Koninkrijk van de hemelen. Maar wie zich aan Gods wetten houdt (en anderen leert dat ook te doen) zal groot zijn in dat Koninkrijk.’
- Mattheüs 5:17-20

 

bottom of page