top of page

Profetische droogte na Joodse ballingschap?
Een heroverweging aan de hand van Bijbel en wetenschap

De Bijbel beschrijft de regio Kanaän als een vruchtbaar land "vloeiende van melk en honing" (Exodus 3:8), met rijke akkers, olijfbomen, wijngaarden en overvloedige oogsten vanaf de tijd van de aartsvaders tot in de Romeinse periode.

 

Archeologisch bewijs bevestigt deze intensieve landbouw vanaf de IJzertijd tot ver in de Hellenistische en Romeinse tijd. Na de verwoesting van de Tempel in 70 n.Chr. en de Bar Kochba-opstand (132–135 n.Chr.) volgde een aantoonbare drogere fase in het gebied.

 

En dat komt overeen met wat Mark Twain in 1867 schreef toen hij het had over de regio Palestina (The Innocents Abroad, 1869) als dor en verlaten: “a desolate country... hardly a tree or shrub anywhere.”

 

In 2008 analyseerden geologen stalagmieten uit grotten in de omgeving van Jeruzalem en toonden aan dat de droogte in Israël kort na de Joodse ballingschap sterk was toegenomen. Dit kwam voor velen als een verrassing, maar niet voor figuren als Rabbi Menachem Kohen.

 

In zijn boek Prophecies for the Era of Muslim Terror (2007) wees hij al op een langdurige droogte na de ballingschap, als vervulling van Deuteronomium 28:23-24:

 

“De hemel boven u zal zo strak zijn als koper en de aarde zo hard als ijzer. De HEERE zal het stof en zand laten regenen en de stofstormen zullen u vanuit de hemelen vernietigen.”

 

Kohen beschreef hoe het land “leed onder ongekende, zware en onverklaarbare droogte” van de eerste eeuw tot begin twintigste eeuw meer dan 1800 jaar, overeenkomend met de gedwongen ballingschap van het Joodse volk.

 

In 2009, een jaar na het eerste onderzoek, analyseerden geologen van de University of Wisconsin-Madison, de Geological Survey of Israel en de Hebrew University de chemische samenstelling van stalagmieten uit de Soreq Grot nabij Jeruzalem. Dit onderzoek richtte zich op het paleoklimaat en klimaatveranderingen. Ook zij concludeerden dat het klimaat opmerkelijk droger was tussen circa 100 en 700 n.Chr., met een duidelijke afname in neerslag rond 100–400 n.Chr. ​

Resumerend:
Toen het Joodse volk Kanaän binnenging, beschrijft de Bijbel dit als een vruchtbaar land “vloeiende van melk en honing” (Exodus 3:8).

 

  • Wetenschappelijk en archeologisch bewijs ondersteunt dat de regio vanaf de IJzertijd tot in de Romeinse periode vruchtbaar was, met uitgebreide akkerbouw, olijfbomen, wijngaarden en vruchtbare gronden. Er werden op grote schaal gewassen verbouwd, met meervoudige oogsten per jaar, zoals de Bijbel herhaaldelijk vermeldt.
     

  • Na de Joodse ballingschap in 70 n.Chr. volgt een langere drogere fase in het klimaat van de regio. Dit leidde tot een dor en deels verlaten landschap, zoals Mark Twain het in 1867 beschreef. De droogte, begonnen direct na de Joodse ballingschap zou voortduren tot aan het begin van de 20ste eeuw.
     

  • Neerslagstatistieken vanaf begin 1800 tot 1969 tonen fluctuaties, met periodes van ernstige droogte. De hevigste regenval in deze 150-jarige periode viel opvallend samen met de jaren rond 1948 (oprichting van de staat Israël) en 1967 (de Zesdaagse Oorlog), wat velen interpreteren als een opmerkelijk herstelmoment.

​

Sinds de oprichting van Israël in 1948 heeft het land een spectaculaire landbouw-transformatie doorgemaakt. Het geïrrigeerde areaal groeide van ongeveer 30.000 hectare tot ruim 200.000 hectare (recent is circa 31–36% van het totale landbouwareaal geïrrigeerd). Het totale gecultiveerde oppervlak steeg van 165.000 hectare naar circa 420.000–435.000 hectare, en het aantal agrarische gemeenschappen nam toe van 400 naar 900 (inclusief Arabische dorpen). Dankzij innovaties zoals druppelirrigatie, ontzilting van zeewater, hergebruik van afvalwater en geavanceerde zaadontwikkeling groeide de agrarische productie enorm: factor 7 tot 16 keer hoger dan in 1948, veel sneller dan de bevolkingsgroei. Israël produceert nu het merendeel van zijn verse voedselbehoefte zelf.

Dit herstel sluit naadloos aan bij Jesaja 43:19-20:

"Zie, ik ga iets nieuws verrichten, nu ontkiemt het, heb je het nog niet gemerkt? Ik baan een weg door de woestijn, maak rivieren in de wildernis. De wilde dieren zullen mij eer bewijzen, de jakhalzen en de struisvogels, omdat ik water schep in de woestijn en rivieren in de wildernis; het volk dat ik heb uitgekozen, laat ik drinken."

Conclusie:
De Bijbel belooft droogte als gevolg van ongehoorzaamheid en herstel bij terugkeer. Paleoklimatologisch bewijs toont inderdaad een droge periode vanaf de vroege eeuwen na Christus. Sinds 1948 toont Israël een opmerkelijke transformatie door innovatie en vastberadenheid. 

Deze ontwikkeling illustreert hoe
Bijbelse beschrijvingen, historische observaties, paleoklimatologie, technologische innovatie en bovenal de zegen van God elkaar raken: een fascinerende combinatie van geloof, geschiedenis en wetenschap.

​

​

Belangrijkste bronnen

  • Orland et al. (2009), Quaternary Research (Soreq stalagmieten, drogere periode 100–700 n.Chr.).

  • Bar-Matthews et al. (1997, 2003), paleoklimaat Soreq Cave.

  • Ziv et al. (2021), neerslagtrends Israël (stabiel/lichte variaties).

  • Israel Meteorological Service en Ministry of Agriculture (neerslag en landbouwstatistieken sinds 1948).

  • Mark Twain, The Innocents Abroad (1869).

bottom of page