Argumenten tegen evolutionaire datering
Datering van de atmosfeer

Nu we onder andere in het artikel 'Oppervlakte van de planeten' hebben besproken dat veel bewijzen in het zonnestelsel op een aarde van minder dan 10.000 jaar oud wijzen, gaan we nu kijken naar bewijs dichter bij de aarde zelf en daarbij beginnen we met de atmosfeer.

Ten eerste zullen we naar dit gegeven gaan kijken aan de hand van (uitgerekend) de radiometrische datering. Juist de methode die vaak door evolutionisten naar voren geschoven wordt om hun theorie te onderbouwen, maar in werkelijkheid juist bij uitstek geschikt is om aan te tonen dat de aarde minder dan 12.000 jaar oud moet zijn, zoals we hieronder zullen gaan zien.

Atmosfeer
De atmosfeer is een dunne laag van gassen die de aarde omhullen. Onze atmosfeer, ook wel dampkring genoemd, houdt onze planeet op een comfortabele temperatuur (ongeveer 15 graden), doordat hij de warmte van de zon tot op de grond laat doordringen en verhindert dat uitgaande warmte in de ruimte ontsnapt en het is juist hier waar C14 zich vormt. Zoals elders aangegeven is Carbid-14 (Koolstof-14) de isotoop van koolstof die wetenschappers gebruiken om voorwerpen en objecten te dateren op leeftijd.

Gaat men uit van, de onder evolutionisten, gangbare (lees: zo verplicht te interpreteren - teneinde de evolutie te kunnen onderbouwen) theorie dat C14 een constante halfwaardetijd heeft van 5730 jaar, moet men tot de conclusie komen dat de atmosfeer (een absolute noodzaak voor leven op aarde) niet ouder dan 10.500 jaar oud kan zijn, met een foutmarge van 0,18 in de waarde van Iwaargenomen. Deze foutwaarde geeft een bovengrens van 26.800 en een ondergrens van 7.600 jaar aan.[1]

 

Zoals eerder vastgesteld is, wordt deze ouderdom berekend uitgaande van de veronderstelling dat de productiesnelheid van koolstof-14 konstant is. Er zijn echter een aantal factoren die deze snelheid beïnvloeden en omdat deze in het verleden veranderd kunnen zijn, kan de productiesnelheid van koolstof-14 ook variabel zijn en hoeft ze niet constant te zijn geweest. Een grote productiesnelheid zal de ouderdom van de atmosfeer lager doen zijn dan boven berekend is, terwijl een lagere productiesnelheid de atmosfeer ouder zal doen zijn dan boven gegeven is.

Factoren die de productiesnelheid van C14 kunnen beïnvloeden zijn:
 

  1. De intensiteit van kosmische straling - Hoe groter de intensiteit van kosmische straling, des te sneller zal C14 geproduceerd worden en omgekeerd.
     

  2. Het aardmagnetische veld - Het aardmagnetische veld buigt een groot gedeelte van de binnenkomende kosmische deeltjes af. Er is bewijs dat de sterkte van dit veld in het verleden veranderd is, zoals we zullen zien. Iedere verandering in deze veldsterkte zal de intensiteit van de kosmische straling beïnvloeden en daardoor de productiesnelheid van C14.
     

  3. De hoeveelheid water in de atmosfeer - Niet alleen een magnetisch veld schermt de aarde af van het bombardement door kosmiische straling, maar grote hoeveelheden waterdamp doen dat ook. Het is interessant dat uit Genesis 2:5-6 blijkt dat in de wereld van voor de zondvloed aan de vochtbehoefte van planten voldaan werd door eenondergrondse watertoevoer en zware dauw. Zware dauw impliceert een atmosfeer die bijna verzadigd is met waterdamp. De Bijbel leert ons, in Genesis 1:6-8, ook dat de aarde van voor de zondvloed omringd werd door een waterdampgewelf dat de vorming van C14 belemmerd zou hebben, omdat de atmosfeer (en dus ook de stikstof) beschermd zou zijn tegen het bombardement van kosmische straling.

Bronnen:
[1] Dr. A.J. Monty White, How old is the Earth

Tijdens de vloed storte dat waterdampgewelf neer (zie Genesis 7:11-12). Dit verklaart niet alleen de massieve hoeveelheid water dat over de aarde uitgestort werd, maar zo zou tevens de productie van C14 gestart zijn omdat de atmosferische stof niet meer beschermd zou zijn tegen het bombardement van kosmische stralen. Zodoende is, hiervan uitgaande, de boven berekende ouderdom van de atmosfeer in werkelijkheid een bepaling van het tijdstip waarop de vloed optrad.

Hoe dan ook: als men claimt dat de productiesnelheid altijd een constante factor is geweest en dit zal blijven, dan kan men niet afwijken van de hierboven gestelde datering van de atmosfeer. Maar claimt men anderzijds dat deze productiesnelheid in vroegere tijden wel een andere ratio heeft gehad dan tegenwoordig, dan moeten ook de radiometrische dateringsmethoden hier aan onderhevig zijn.
Dit gesteld betekent dat de dateringsmethoden, zoals wij die kennen, niet afdoende als ijkmethode gehanteerd kunnen worden.

:eeftijd atmosfeer (t a) wordt berekend conform bovenstaande formule

© 2017

www.jesussaves.nl
tenzij bronvermelding wordt toegepast